bente ketelaar

ronja op reis

hoofdstuk 3. dijkenland

‘Waar gaan we vandaag heen, Wies?’ vroeg Ronja. Ronja bakte eitjes op een gaspitje voor het ontbijt. ‘We zoeken mijn vriendin op, Pitou. Ze heeft een zeilboot en is nu in een haven in Zeeland.’ De treinrit zou wel even duren, maar Wies had kleurpotloden en papier mee. Aangekomen in de haven waait het flink. De wind maakt een gek geluid. Alsof ze zich tussen alle masten van de boten perst. En hierbij hoge kreten slaakt. Ronja vond het spannend. Wies had wel verteld over Pitou, maar ze had haar nog nooit ontmoet. Pitou had een emmertje en hengeltje voor Ronja. ‘Hiermee kan je krabbetjes vangen! Kom, ik zal het je laten zien.’ Pitou hurkte aan de kant van de steiger, en liet haar aas zakken tot de bodem. Na enkele minuten kwam er een heel klein krabbetje op af. Ze wacht even af, en wanneer ze gewicht voelt aan haar hengeltje trekt ze deze naar boven. Het krabbetje valt er weer vanaf. ‘Jij moet nog even oefenen zo te zien!’ lacht Wies. Ronja lachte opgelucht mee. De vriendin van Wies was net zo lief als Wies.
vorige bladzijde
volgende bladzijde
naar het begin